Taalverteller Jan Hautekiet

Taal is een onderwerp waar zowat iedereen wel iets over te zeggen heeft. Want iedereen spreekt op zijn minst één taal, heeft op school leren lezen en schrijven, en heeft ooit te horen gekregen wat goed en fout Nederlands is.

Maar er zijn ook mensen die gefascineerd zijn door taal. Zij studeren taal, maken er hun vak van, spelen met taal, onderzoeken taal en verliezen hun verwondering voor taal nooit. Zulke mensen zijn mijn taalvertellers. Het zijn stuk voor stuk mensen die ik respecteer en stiekem bewonder om wat ze over taal en alles daarrond weten en wat ze ermee doen. Zo iemand is Jan Hautekiet.

 

Jan HautekietJan Hautekiet

Radiopresentator en muzikant Jan Hautekiet staat bekend om zijn liefde voor de Nederlandse taal. Tijdens zijn programma Hallo Hautekiet uit de jaren 90 maakte hij luisteraars attent op het verschil tussen noemen en heten, plaatsvinden en doorgaan enz. Sindsdien heeft hij bij de openbare radio heel wat watertjes doorzwommen, maar taal heeft daarbij altijd een bijzondere plek gehad. Zo was er recent nog de campagne Heerlijk Helder, die het belang van duidelijke communicatie centraal stelde.

1. Wat fascineert je zo aan het verschijnsel taal?

Taal is wat ons onderscheidt van de andere dieren. Het is een geraffineerd en rijk communicatiesysteem, waar je ook mee kunt spelen. Daar hou ik wel van.

Muziek is trouwens ook een taal waarmee je mensen probeert te raken en iets te laten denken en voelen.

Tenslotte is taal een onmisbaar middel om je ergens in te burgeren, om een nieuw leven uit te bouwen.

2. Waarom heb je ooit voor een taalstudie of taalberoep gekozen?

Ik heb voor een taalstudie gekozen uit liefde voor taal maar, eerlijk gezegd, ook door eliminatie. Ik heb allerlei studies overwogen, maar ik heb voor Germaanse gekozen omdat dat het dichtst bij mijn belangstelling lag. Bovendien biedt een taalstudie een algemene vorming, een basis. Je kunt er nadien nog alle kanten mee op.

Na mijn studie Germaanse filologie heb ik nog communicatiewetenschappen gestudeerd en ben ik begonnen aan de studie neurolinguïstiek. Die heb ik niet afgemaakt, omdat ik toen werk vond.

3. Hoe zag het begin van je taalcarrière eruit?

Ik ben zoals zoveel mensen eerst leerkracht geweest, via interims. Enkele maanden nadat ik afgestudeerd was, kon ik beginnen bij een PR-bureau. Daar heb ik geleerd praktisch en publieksgericht te schrijven en evenementen te organiseren. Iets later kon ik bij de radio beginnen en de rest is geschiedenis.

Ik hou van de flexibiliteit van het medium radio. Bij de radio zet je taal volledig naar je hand en dat bevalt me heel erg. Het is live, het moet meteen goed zitten, en dus ligt de eindverantwoordelijkheid voor het taalgebruik bij de presentator.

4. Heb je een voorbeeld, iemand die je op taalvlak inspireert of geïnspireerd heeft?

Heel veel mensen inspireren mij. Om te beginnen natuurlijk Jan Wauters, de persoon naar wie de Grote Prijs Jan Wauters is genoemd. Maar ook Marc Moulin, die in de jaren ’60 en ’70 muziekprogramma’s presenteerde bij de RTBF, was een belangrijke inspiratiebron. Hij sprak raak, met passie en met warmte, en toch was wat hij vertelde nooit gratuit. Verder zijn alle collega’s inspirerend die goed kunnen luisteren en bij wie het spreken en luisteren elkaar overlappen. Ik denk bijvoorbeeld aan figuren als Wim van Gansbeke, Julien Put, Lieven Vandenhaute, Ruth Joos, Peter Van de Veire, en heel veel anderen….

5. Met welke fijne, interessante taalzaken ben je nu bezig?

In 2016 liep bij het programma Hautekiet de actie Komaf met Kafka. Dat ging wat breder dan Heerlijk Helder, maar daarbij speelt taal ook een belangrijke rol. Verder ben ik betrokken bij ReyersTaal, de taalkern van de VRT, die de taaladviseur ondersteunt. Wij beoordelen stemmen en zetten acties op rond taal. Zo brengen wij het taalengagement van de VRT mee in praktijk.

6. In 2015 liep de campagne Heerlijk Helder op Radio 1. De campagne was een groot succes, met een hele reeks engagementen en een boek als resultaat. Worden die engagementen nu nog opgevolgd?

Heerlijk Helder is klein begonnen en uitgegroeid tot een heel evenement. Het leefde echt, mensen zijn er duidelijk mee bezig. Dat principe van heerlijk helder schrijven is blijven hangen. Tegenwoordig beseffen ook meer en meer instanties dat het belangrijk is. Overheden, bedrijven, juristen, organisaties allerhande hebben al studiedagen georganiseerd rond heldere communicatie.

7. Welk dialect, welke taalvariant, taalregister vind jij het mooist/interessantst? Is daar een speciale reden voor?

Ik ben een grote liefhebber van dialecten. Daarom vind ik het heel moeilijk om er eentje uit te kiezen. Ik heb een boontje voor het Brussels, vanwege de attitude die het uitstraalt. Door de vele invloeden voel je er de openheid van de Brusselaar in. Ik ben bestuurslid van de vereniging be.brusseleir,  die zich bezighoudt met het Brussels dialect. In die vereniging is er een sterke link tussen taal en muziek: heel wat muzikanten zingen met veel plezier in hun Brussels dialect. Maar ik hoor net zo graag Mechels, Leuvens en Gents.

Voor mij is taal als een orgel met veel registers. Je hebt twee uiterste polen: aan de ene kant de standaardtaal en aan de andere kant de dialecten, en daartussen een hoop tussenvormen. Taal klinkt op zijn best als je die registers optimaal kunt bespelen, maar de extreme registers zijn de mooiste. Daarom ook zou ik het jammer vinden als we die uiterste polen, of zelfs een ervan zouden kwijtspelen. Het dialect is de moedertaal van veel mensen. Ze kunnen zich er vrij in uitdrukken en je vindt in dialecten klanken en vooral uitdrukkingen die het standaard Nederlands niet kent.

8. Wat zou jij nog graag onderzocht willen zien?

Ik zou graag meer te weten willen komen over het verband tussen taal en muzikaliteit. Ook onderzoek over meertaligheid interesseert me. Ik vraag me namelijk af of je wel moet kiezen voor meertaligheid, en dus proberen veel talen te beheersen, of proberen zoveel mogelijk registers, nuances van één taal te beheersen. Kan een mens immers in een nieuwe taal zich wel zo genuanceerd mogelijk uitdrukken? Daar zou ik meer over te weten willen komen.

9. Heb je een favoriet filmpje of boek over taal dat je aan iedereen zou aanraden?

Het stukje interview met Benoit Poelvoorde waarin hij het heeft over het accent van de Brusselaars. Op een vraag daarnaar antwoordt hij met een anekdote, waarmee hij laat zien hoeveel het Brussels zegt over het karakter van de Brusselaar.

 

 

10. Heb je nog een taalverhaal dat je graag met de wereld wil delen?

Op deze vraag had Jan Hautekiet zelf geen antwoord. Daarom een taalverhaal van mij, met hem.

Een vijftiental jaar geleden wilde Radio 2 tijdens een van haar programma’s een dialectquiz organiseren. Deelnemers waren Jan Hautekiet en Patrick Riguelle, die toen hun eerste gezamenlijke tournee voorstelden. Ik werkte toen als dialectologe aan de KU Leuven en was gevraagd als quizmaster/jurylid. Voor mij was Jan Hautekiet de man die elke woensdag tijdens zijn programma Hallo Hautekiet (Studio Brussel) mensen op de vingers tikte die ‘noemen’ en ‘heten’ door elkaar haalden en al eens lachte met de Limburgers.

Ik weet niet wie op het moment van de quiz het meest nerveus was: ik als prille twintiger die op amper 2 meter van haar radioheld zat en de specialist moest spelen of de twee bekende heren die hun dialectkennis op de radio moesten bewijzen.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *