Het dialectarchief van de KU Leuven

3 reacties

  1. Ik ben benieuwd om dat archief ooit eens van dichtbij te zien.
    dr. Hugo Ryckeboer, oud-redactielid van her Woordenboek van de Vlaamse dialecten, Univeriteit Gent

  2. Dag Miet,

    Waar staan die kasten nu? Toch niet meer in de vochtige kelder, hoop ik!
    Al die laden heb ik ooit helemaal uitgevlooid op Bilzer(land)se woordjes. Menige ‘bak’ heb ik toen gewoon mee naar huis mogen nemen om ze thuis af te stoffen en door te nemen. Ik vermoed dat de fiches intussen opnieuw stof hebben vergaard (zo lang is het geleden), dus jouw intentie om ‘parels af te stoffen’ is in de eerste plaats letterlijk te nemen! Dat het archief een schat aan kleinodiën bevat, daarvan ben ik zonder meer overtuigd! En dan heb ik enkel naar Bilzen gekeken. Ik zocht bv. de klanken bij ‘blaar’ (Lijst 32,72abc) en vond niet enkel ‘bloër, bloëre, bliërke’, maar ook nog: ‘bloêdbloër, brandbloër, pitsbloër, voêtbloër, wérkbloër, wotterbloër’ …
    Het ww. ‘blaren’ (van verf): De verf (L.32,78) ‘bloërt’, (elders) ‘blot op, gojt bloöre, gojt bloëze, bloës op’, (voorts) broebbele, bloestere, opbleestere, opblotse, oppoeffe, opbloëze …

    Om maar een idee te geven van de rijkdom die we van jouw ‘tentoonstelling’ mogen verwachten!

    Hartelijk,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *