Turkse snotneus

Eind november dit jaar, kort voor Thanksgiving, kreeg ik een telefoontje van de redactie van het Radio 1-programma Nieuwe feiten. Ik mocht het een en ander vertellen over de wat bizarre benamingen voor de kalkoen in verschillende talen, en de letterlijke betekenis ervan. Het dier wordt immers naar landen in zowat alle regio’s in de wereld genoemd. Daarnaast blijken zowel zijn uiterlijk als zijn geluiden dankbare inspiratiebronnen. Het was zo’n uitgebreid en rijk verhaal dat enkele radiominuten niet genoeg waren om het helemaal te vertellen. Daarom wijdde ik er voor vrt.taal een stukje aan, met nog veel meer internationale voorbeelden. En dat was dat.

Wereldtalen en Vlaamse dialecten

Tot ik een mail kreeg van meneer Coulier uit Oostende. Hij wist me te vertellen dat de kalkoen in zijn dialect, het Oostends, turkaon en turkinne (‘turkhaan’ en ‘turkhen’) wordt genoemd. Verwant dus aan het Engelse turkey, en niet het Nederlandse kalkoen. Interessant. Plots realiseerde ik me dat ik nog niet naar de termen in mijn eigen omgeving had gekeken: die in de Nederlandse dialecten.

Jammer genoeg bestaat er geen wikipediapagina met alle dialectwoorden voor kalkoen, zoals dat wel het geval is voor de talen in de wereld. Daartegenover staat dat de Nederlandse dialecten uitgebreid zijn geregistreerd en beschreven. En niet alleen dat. Tegenwoordig komen er steeds meer databanken online, die toegankelijk zijn voor iedereen. Vorige jaar gebeurde dat met het elektronische Woordenboek van de Limburgse Dialecten, vorige week nog, op 14 december, was het de beurt aan het Woordenboek van de Brabantse Dialecten. Het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten zal binnenkort volgen. Als dat gebeurt, is een belangrijk gedeelte van de oude, traditionele woordenschat van Vlaanderen en de zuidelijke provincies van Nederland nog maar een muisklik ver.

Vlaanderen in één oogopslag

Dat is al handig, maar het kan nog beter. Op een dialectkaart bijvoorbeeld, kun je in één oogopslag alles zien: welke woorden er voor een begrip bestaan, en waar die gezegd worden. En jawel, voor het begrip ‘kalkoen’ bestaat er zo’n kaart. Ongepubliceerd, in een grote kast in het dialectarchief van de KU Leuven, tussen enkele tientallen andere dialectkaarten. Dat archief bevat een immense schat aan dialectvragenlijsten uit de periode 1920-1956, die in de loop van de tijd maar gedeeltelijk zijn verwerkt voor publicaties. Dat geldt nog sterker voor de kaarten die op basis van dat materiaal getekend zijn. En daartussen zit er eentje voor het begrip ‘kalkoen’. Het is mijn bedoeling om dat archief geleidelijk aan, stap voor stap, de online wereld binnen te loodsen. We kunnen dus net zo goed met die kalkoenkaart beginnen.

Kaart dialectwoorden kalkoen

Kalkoen (1935)

Omdat de handgetekende kaart niet overal even duidelijk is, heb ik er een nieuwe versie van gemaakt. Minder precies, maar wel duidelijker.

Dialectwoorden kalkoen in Vlaanderen

‘Kalkoen’ in Vlaanderen

Waarom noemen we het dier zo?

Welke benoemingsmotieven uit de rest van de wereld vinden we ook in Vlaanderen? Heel wat, zo blijkt.

In het grootste deel van Vlaanderen wordt het dier een kalkoen of een kallekoen genoemd, net zoals in het Nederlands. In Zeeuws-Vlaanderen is men wat korter van stof. Daar heet het dier een kalle.

Het eerder genoemde turk(haan, -hen) vinden we terug in de hele kuststreek, tot in Frans-Vlaanderen toe. Niet zo vreemd, gezien de frequente contacten tussen Engeland en de Noordzeekust tot de opening van de Chunnel.

In Frans-Vlaanderen vinden we verder het binnenland in een ander woord, poeledine (poeledijn, poeljadine). Die woorden zijn een combinatie van twee Franse woorden: poule d’Inde, ofwel ‘kip van Indië’. En dat lijkt weer sterk op het Franse woord voor kalkoen: dinde (d’Inde). (1)

In het midden van de provincie Antwerpen woont er familie van de Luxemburgse schnuddelhong: de snotneus en snotpiet. Niet enkel de Luxemburgers hebben de voor de hand liggende gelijkenis dus opgemerkt.

In Limburg is kalkoen minder gangbaar. Aan de oevers van de Maas – en verder in Nederlands-Limburg – bootst men de klank van de kalkoen na met sjroet, in Haspengouw, het zuiden van Limburg met troep, en in het uiterste zuiden horen we het Duitse troethaan (Truthahn) ook al.

De roep van de kalkoen of naar de kalkoen?

Woorden als sjroet en troep zijn klanknabootsingen: de kalkoen wordt genoemd naar het geluid dat ze maakt. Maar dat soort woorden wordt ook vaak gebruikt om de dieren in kwestie te lokken. De vraag is nu: is dat ook hier het geval? Zijn sjroet en troep ook de loknamen voor de kalkoen?

Een vreemde vraag misschien, want is dat niet persoonlijk, lokroepen? Nee, zo blijkt uit de antwoorden in de dialectvragenlijsten. Inderdaad: ook de lokwoorden voor diverse boerderijdieren zijn ooit opgevraagd. Meer nog: er bestaat zelfs een kaart voor het hele Nederlandse taalgebied van de lokwoorden voor kalkoen.

Op die kaart staat wel het lokwoord sjroet, maar niet troep. In Zeeuws-Vlaanderen is kalle het lokwoord, verder zuidelijk is het koele, kule, goele en gule. Enkel het Zeeuwse lokwoord is, of werd ook de naam voor het dier zelf.

Enkele opvallende vaststellingen:

  1. Er zijn niet overal lokwoorden bekend of opgegeven voor de kalkoen.
  2. Niet elk lokwoord heeft het gebracht tot naam voor het dier. Of omgekeerd: niet elke naam werd ook als lokwoord gebruikt.

Samengevat

Vlamingen zijn even creatief in het verzinnen van woorden voor de kalkoen als de rest van de wereld. Exotische landen, rare lokroepen, plastische beschrijvingen van zijn kop: het kan allemaal. Ook op dit zakdoekgrote plekje van de wereld.

 

(1) Vandenberghe: ‘Over hennen, erpels, turken en poelepetanen. De Vlaamse dialectbenamingen voor pluimvee’. In: WVD-contact 21.2, december 2007, 16-28
Print Friendly, PDF & Email

Eén reactie

  1. In Oostende eigenlijjk niet turkoan, maar turkenoane.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *