De vlinder in 2018

‘Kom e’ keer hier, fliefflodderke,
‘k hebbe u, ‘k hebbe u zoo lief!’
Maar ’t wipte, ’t wupte, ’t en wachtte niet,
en ’t liet mij alleene zijn.

 (Guido Gezelle, ‘Kom e’keer hier’, 1860)

Er bestaan duizenden dialectkaarten die de geweldige variatie en taalrijkdom in de Nederlandse dialecten weerspiegelen. Een van de meest kleurrijke en gevarieerde is de kaart met de benamingen voor de gekleurde dagvlinder. De kaart zelf dateert uit 1994, maar de gegevens erop zijn veel ouder. De belangrijkste bron is de Reeks Nederlandse Dialectatlassen, die in de periode 1925-1982 werd samengesteld.

Dialectkaart Gekleurde vlinder 1994

De informatie bij die kaart kun je lezen op het Dialectloket.

Uit eigen ervaring wist ik al dat niet al die dialectwoorden nog bekend of gebruikelijk zijn, en ik wilde graag weten welke dialectwoorden nog wel bekend zijn en of ze nog gebruikt worden. Daarom heb ik er vorige maand mijn 13de Mini-onderzoekje aan gewijd. De vragenlijst werd massaal ingevuld, met bijna duizend ingevulde formulieren uit alle hoeken van het Nederlandse taalgebied. Dat leverde de volgende kaart op.

dialectkaart vlinder 2018

De meeste dialectwoorden zijn inderdaad verdwenen of het gebied is sterk ingekrompen. Alleen de woorden pepel / piepel / peper houden nog vrij goed stand. Waarschijnlijk spelen hier heel wat factoren een rol, waarvan het algemene dialectverlies er slechts eentje is.

 

Print Friendly, PDF & Email

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.