Dialect: blaffeturen

luikjes_bew2Rijkevorsel verkoos blaffeturen in 2015 tot tweede mooiste woord in het eigen dialect. Ik ken het woord zelf via mijn grootmoeder, die ‘de blaffeturen’ dicht deed. Bij haar waren dat rolluiken. Hoewel ik het dus passief ken, heb ik het mijn ouders nooit horen gebruiken. Rolluiken hadden wij niet, en de luiken zijn altijd ‘luiken’ geweest. Zelf spreek ik ook nooit over blaffeturen. Mijn kinderen kennen het woord helemaal niet.

Voor het Woordenboek van de Brabantse Dialecten vroeg ik hoe dialectsprekers de begrippen ‘luik binnen’ en ‘luik buiten’ noemden. Het antwoord was heel vaak blaffetuur, zoals te zien op de kaart hieronder. Maar het woord komt in deze betekenis amper voor in Rijkevorsel en omstreken. Daar wordt een luik slagvenster genoemd. Jammer genoeg heb ik het begrip ‘rolluik‘ toen niet apart opgevraagd. Noemt u de rolluik in uw streek wel blaffetuur? Of zijn blaffeturen voor u altijd luiken, en heeft u een andere naam voor de rolluik? Laat het me weten via dit formuliertje.

Betekenis

Luiken, vensterblinden; rolluiken; grote oren (figuurlijk).

Dialectwoord uit de streek

In de betekenis ‘luiken’ verspreid over het hele Vlaamse taalgebied. Minder gebruikelijk in de Antwerpse Kempen. Waar de luiken blaffeturen worden genoemd, zijn de rolluiken meestal rolblaffeturen. Rolluiken zijn immers een recentere techniek om ramen te verduisteren.

Het woord wordt meestal in het meervoud gebruikt.

Vormvarianten

blafturen, plaffeturen, plafturen, blaveturen, bleffeturen

Kaart

Kaart uit het Woordenboek van de Brabantse Dialecten, Deel III Aflevering 2.1 De Woning

Kaart uit het Woordenboek van de Brabantse Dialecten, Deel III Aflevering 2.1 De Woning

Herkomst

Het woord blaffetuur wordt al in de middeleeuwen gebruikt. De eerste blaffeturen waren van perkament of papier en dienden om ramen af te sluiten. De ramen hadden in die tijd geen glazen ruiten. Om de kou en de tocht buiten te houden, werden ze afgedekt met geoliede doeken of met lichtdoorlatend perkament. Later deed men dat met houten luiken of blinden.

Er bestaan verschillende theorieën over de herkomst van het woord.

  • Volgens Van Dale is het woord afkomstig van het Middenlatijnse blaffardus, ‘bleek’. Dat is op zijn beurt weer afgeleid van het Middelhoogduitse bleichvar ‘bleek van kleur’.
  • Mogelijk is het woord blaveture afgeleid van blavet, het verkleinwoord van het Oudfranse woord blau, blave: ‘blauw, bleek, blond’. Dat woord gaat op zijn beurt terug op het Germaanse woord blao, ‘blauw’. Het is niet de enige Franse kleurnaam die teruggaat op oorspronkelijke Germaanse woorden. Hetzelfde geldt voor blond, blanc, brun en gris.

Een blaffetuur is dus ‘iets dat bleek is‘. Een bleek-doorzichtig stuk perkament om een raam af te sluiten, bijvoorbeeld.

Print Friendly, PDF & Email

Reactiemogelijkheid is gesloten